1. De bezinkingssnelheid van de erytrocyten (BSE, bezinking) is afhankelijk van de eiwitsamenstelling van het bloedplasma. Bij een normale bezinking kan een acute en/of chronische ontsteking nagenoeg worden uitgesloten.

  2. CRP of C-reactief proteine is een eiwit dat bij infecties door de lever wordt aangemaakt (acuut fase eiwit). CRP is behulpzaam bij het opruimen van bacteriën zoals pneumococcen C, vandaar de naam. Het CRP-gehalte is ook verhoogd bij grote operaties en ernstige verwondingen. CRP wordt snel aangemaakt en weer afgebroken waardoor het een goede maat is voor het optreden en weer verdwijnen van een (acute) infectie (of verwonding).

  3. Het hemoglobinegehalte (Hb) van het bloed geeft aan of er voldoende aanmaak en vulling is van de rode bloedcellen. Hemoglobine is verantwoordelijk voor het zuurstoftransport in het bloed. Aangezien voor zowel lichamelijke als geestelijke inspanning een goede aanvoer van zuurstof vereist is, geeft een te laag hemoglobinegehalte aanleiding tot vermoeidheid of problemen bij inspanning.
    Een verlaagd Hb (anemie of bloedarmoede) kan worden veroorzaakt door een versneld verlies of vertraagde aanmaak van rode bloedcellen. Door het bepalen van de grootte en de vulling van de rode bloedcellen, de aanwezigheid van belangrijke bouwstoffen (foliumzuur, vitamine B12, ferritine) alsmede merkstoffen voor afbraak (LDH) en aanmaak (reticulocyten) kan er een uitspraak worden gedaan over de mogelijk oorzaak van de bloedarmoede.

  4. Suikerziekte (diabetes mellitus) treedt op als het hormoon insuline te weinig wordt aangemaakt of te weinig effect op het lichaam (m.n. spiercellen en levercellen) heeft. Dit leidt tot een verstoorde stofwisseling met onder andere verhoogde glucose (bloedsuiker) spiegels.

  5. De schildklier heeft een centrale rol in de stofwisseling. Bij een tekort aan schildklierhormoon verlopen allerlei processen in het lichaam trager hetgeen vaak gepaard gaat met klachten als moeheid, traagheid, lusteloosheid, gewichtstoename, en obstipatie. Een te snel werkende schildklier leidt juist tot versnelling van veel processen met gevolgen als gejaagdheid, vermagering, hartkloppingen en diarree. Bij een te snel of te traag werkende schildklier zal de hoeveelheid schildklierhormoon (vrij T4) te hoog of te laag zijn. Daarbij gaat het hormoon dat de schildklier stimuleert (TSH) omlaag of omhoog. Veranderingen in dit TSH geven heel gevoelig aan of de schildklier te snel of te traag werkt.

Laatst bijgewerkt 30 november 2010

Copyright © 2014 Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie en Laboratoriumgeneeskunde | Disclaimer | Colofon