TSH

Terug Terug naar het overzicht

Ook wel bekend als:
thyreotropine, thyroïd stimulerend hormoon
Officiële naam:
TSH
Verwante testen:
T4 en FT4, T3, thyreoglobuline, schildklier autoantistoffen

In vogelvlucht

Waarom deze test?

Om een schildklierziekte op te sporen of om het effect van een behandeling van een schildklierziekte te volgen.

Welk materiaal?

Bloed

Monster

Wat wordt getest?

De test meet de hoeveelheid thyroïd stimulerend hormoon(TSH) in het bloed. TSH wordt gemaakt in de hypofyse, een belangrijke hormoonproducerende klier in de hersenen. TSH zorgt ervoor dat steeds de juiste hoeveelheid schildklierhormonen (T4 en T3) wordt aangemaakt. De schildklierhormonen regelen het gebruik van energie in het lichaam, een soort thermostaatfunctie.

Wanneer er te weinig schildklierhormonen gemaakt worden, krijgt de hypofyse het signaal om TSH te maken, dat vervolgens de schildklier stimuleert tot productie van schildklierhormonen. Omgekeerd, wanneer er te veel schildklierhormonen in het bloed aanwezig zijn, zal de hypofyse het signaal krijgen om minder TSH te maken, en gaat de schildklier minder hormonen maken.

De meeste afwijkingen van de schildklier hebben tot gevolg dat er te weinig of juist te veel schildklierhormonen gemaakt worden. Dat leidt tot vele lichamelijke symptomen. Bij een overactieve schildklier: een snelle hartslag, gewichtsverlies, nervositeit, trillende handen, geïrriteerde ogen, slaapproblemen en een gejaagd gevoel. Bij vrouwen ook een onregelmatige menstruatiecyclus. Bij een tekort aan schildklierhormonen heeft de patiënt last van gewichtstoename, droge huid, constipatie, het snel koud hebben, vermoeidheid, bij vrouwen zware menstruatiebloedingen.

Hoe wordt het materiaal verkregen?

  • Bloed uit een ader: een buisje bloed wordt afgenomen uit een ader aan de binnenkant van de arm, meestal in de plooi van de elleboog. Om deze ader goed te kunnen zien en voelen wordt een stuwbandje strak om de bovenarm getrokken. In de ader wordt geprikt met een holle naald waardoor het bloed in het buisje wordt gezogen. De naald wordt maar één keer gebruikt en daarna vernietigd.
  • Hielprik: Met behulp van een speciaal apparaatje wordt een klein sneetje in het hieltje van de pasgeborene gemaakt. Hieruit wordt bloed verzameld op het hielprikkaartje met filtreerpapier.

De test

Wanneer wordt deze test gedaan?

TSH wordt aangevraagd om de schildklierfunctie te onderzoeken of wanneer er verschijnselen zijn van een te snel of te traag werkende schildklier. Het wordt vaak aangevraagd in combinatie met een bepaling van het schildklierhormonen T4, tegenwoordig fT4.

TSH wordt bepaald om:

  • een schildklierafwijking te diagnosticeren bij een persoon met klachten die wijzen op een niet goed functionerende schildklier
  • de behandeling van een schildklierafwijking te volgen en eventueel de dosering van schildklierhormoon (L-thyroxine) aan te passen
  • de oorzaak van onvruchtbaarheid bij vrouwen te onderzoeken
  • het functioneren van de hypofyse te onderzoeken
  • bij pasgeborenen de schildklierfunctie te screenen

Wat betekent de uitslag?

Een standaardreferentie waarde voor TSH is moeilijk te geven omdat er veel verschillen zijn tussen individuen en tussen de meetmethoden. Elk laboratorium heeft dus zijn eigen referentiewaarden in gebruik. De meeste laboratoria hanteren voor de TSH referentiewaarden van 0,4 - 4,0 mE/L, dit betekent dat een uitslag welke zich tussen deze grenzen bevindt als normaal wordt gezien. De uitslag van de TSH test moet echter in samenhang met de fT4 test worden beoordeeld (zie onder).

Verhoogd:

Een verhoogde TSH, dus hoger dan 4,0 mE/L, betekent meestal dat de schildklier te weinig schildklierhormoon maakt (‘trage schildklier'). De hypofyse krijgt meestal wel het signaal om meer TSH te maken, en dat gebeurt, maar vervolgens is de schildklier niet goed in staat om te reageren op TSH en extra schildklierhormonen aan te maken. In zeldzame gevallen komt het voor dat de hypofyse niet goed functioneert en daardoor te veel TSH maakt. Bij een patiënt die behandeld wordt met synthetisch schildklierhormoon betekent een hoge TSH dat de patiënt te weinig schildklier hormoon krijgt.

Verlaagd:

Een lage TSH, dus een uitslag lager dan 0,4 mE/L, betekent meestal een overactieve schildklier of een patiënt die te veel schildklierhormoon toegediend krijgt. Zeldzaam is een afwijking van de hypofyse waarbij er te weinig TSH gemaakt wordt. Wanneer het TSH te hoog of te laag is, betekent dit dat de afgifte van schildklierhormoon niet goed is. Om daar de precieze oorzaak van te achterhalen, is verder onderzoek nodig. Een onderdeel van dit onderzoek bestaat uit het meten van de schildklierhormonen (meestal betreft dit alleen het vrije T4).

Interpretatie van afwijkende schildklierhormoonwaarden
TSHfT4Interpretatie
Hoog Normaal Mild traagwerkende schildklier
Hoog Laag Traagwerkende schildklier
Laag Normaal Mild overactieve schildklier
Laag Hoog of normaal Overactieve schildklier
Laag Laag of normaal Zeldzaam, functiestoornis van de hypofyse

Nog vragen?

De informatie over deze test komt van deskundigen uit het ziekenhuislaboratorium. Daar worden dagelijks vele honderden testen uitgevoerd. Laboratoriumspecialisten zorgen er voor dat dit op een veilige en juiste manier gebeurt. Zij adviseren de dokter bij afwijkende uitslagen en ingewikkelde problemen.

Heeft u naar aanleiding van deze informatie nog een vraag? Stel deze aan een klinisch chemicus.

© 2010 Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie en Laboratoriumgeneeskunde

Terug Terug naar het overzicht

Copyright © 2010 Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie en Laboratoriumgeneeskunde