Kalium

Terug Terug naar het overzicht

Ook wel bekend als:
K
Officiële naam:
kalium
Verwante testen:
chloride, natrium, elektrolyten

In vogelvlucht

Waarom deze test?

Om vast te stellen of de hoeveelheid kalium in het bloed afwijkend is.

Welk materiaal?

Bloed

Monster

Wat wordt getest?

Kalium is een positief geladen deeltje (ion) dat normaal in lage concentratie aanwezig is in het bloed, samen met andere deeltjes zoals natrium en chloride. Men spreekt ook wel over "electrolyten" als men het heeft over deze deeltjes / ionen. De elektrolyten houden de hoeveelheid water en zuurgraad (pH) van het lichaam op peil. Kalium is verder erg belangrijk voor een goede werking van de spieren.

Het meeste kalium bevindt zich in de cellen van het lichaam. Ongeveer 2% is maar aanwezig in de lichaamsvochten, waaronder ook het bloed. Omdat er zo weinig kalium in het bloed zit hebben kleine veranderingen vaak al grote gevolgen. Te veel of te weinig kalium is levensgevaarlijk omdat dit een shock, ademhalingsmoeilijkheden of hartritmestoornissen kan veroorzaken.

Hoe wordt het materiaal verkregen?

Een buisje bloed wordt afgenomen uit een ader aan de binnenkant van de arm, meestal in de plooi van de elleboog. Om deze ader goed te kunnen zien en voelen wordt een stuwbandje strak om de bovenarm getrokken. In de ader wordt geprikt met een holle naald waardoor het bloed in het buisje wordt gezogen. De naald wordt maar één keer gebruikt en daarna vernietigd.

De test

Wanneer wordt deze test gedaan?

De dokter vraagt de kaliumtest meestal aan samen met andere elektrolyten zoals natrium en chloride om een algemene indruk te krijgen van de gezondheid van de patiënt. Ook zal de dokter de test aanvragen bij klachten die wijzen op een te hoog (hyperkaliëmie) of een te laag kalium (hypokaliëmie) in het bloed.

Hyperkaliëmie kan veroorzaakt worden door een nierziekte of door bepaalde medicijnen die ervoor zorgen dat kalium via de nieren minder goed uit het lichaam wordt afgevoerd. Hypokaliëmie kan ontstaan door overmatig verlies van kalium via de nieren, door diarree, overgeven of overmatig zweten. Ook bepaalde plaspillen (diuretica) kunnen hypokaliëmie veroorzaken door verlies van kalium via de nieren.

In zeldzame gevallen kan door ondervoeding het kalium in het bloed te laag zijn.

Bij patiënten die een nierziekte hebben of een hoge bloeddruk is goede controle van het kaliumgehalte in het bloed van groot belang om problemen met het hart te voorkomen. Dat geldt ook voor patiënten die een nierdialyse moeten ondergaan of die vocht krijgen toegediend of diuretica slikken.

Wat betekent de uitslag?

De meeste laboratoria hanteren referentiewaarden van 3,5 - 5,0 mmol/l voor de kaliumbepaling. Tussen laboratoria onderling kunnen kleine verschillen bestaan in deze referentiewaarden.

Verhoogd:

Een verhoogde kaliumconcentratie, dus hoger dan 5,0 mmol/l (hyperkaliëmie) past bij:

  • te veel inname van kalium bijvoorbeeld door vruchten of sappen met een hoog kaliumgehalte
  • te hoge toediening van een vochtinfuus dat veel kalium bevat
  • plotseling of langzaam optredend nierfalen
  • de ziekte van Addison (tekort aan de hormonen cortisol en aldosteron)
  • hypoaldosteronisme (tekort aan het hormoon aldosteron)
  • weefselschade
  • infectie
  • diabetes
  • uitdroging

Hyperkaliëmie kan ook optreden bij sommige patiënten die bepaalde medicijnen slikken, zoals onder andere bloeddrukregulerende medicijnen en kaliumsparende plastabletten.

Verlaagd:

Een verlaagde kaliumconcentratie, dus lager dan 3,5 mmol/l (hypokaliëmie) past bij:

  • uitdroging
  • overgeven
  • diarree
  • verminderde kaliuminname (zeldzaam)

Bij mensen met suikerziekte kan het kalium dalen na toediening van insuline, met name wanneer de patiënt een tijdje slecht gereguleerd is geweest (langdurig te hoge of te lage bloedglucosewaarde). Wanneer er plastabletten geslikt worden, kan het kaliumgehalte te veel dalen. De dokter zal daarom regelmatig het kalium laten controleren indien plastabletten geslikt worden.

Foutief verhoogd:

Soms stroomt tijdens de bloedafname het bloed te snel of te langzaam in het afnamebuisje. Hierdoor gaan bloedcellen kapot en wordt het kaliumgehalte dat gemeten wordt vals verhoogd. Ook het herhaaldelijk ballen van de vuist of onjuiste behandeling van het bloedbuisje (te warm, te lang onderweg naar het laboratorium, te ruw behandeld) veroorzaakt een vals verhoogde uitslag. Als er getwijfeld wordt of het bloed wel goed is afgenomen kan de dokter vragen om een nieuwe bloedafname. Voordat een eventuele behandeling gestart kan worden, moet de kaliumtest overnieuw gedaan worden.

Nog vragen?

De informatie over deze test komt van deskundigen uit het ziekenhuislaboratorium. Daar worden dagelijks vele honderden testen uitgevoerd. Laboratoriumspecialisten zorgen er voor dat dit op een veilige en juiste manier gebeurt. Zij adviseren de dokter bij afwijkende uitslagen en ingewikkelde problemen.

Heeft u naar aanleiding van deze informatie nog een vraag? Stel deze aan een klinisch chemicus.

2014 Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie en Laboratoriumgeneeskunde, laatst bijgewerkt 17-10-2010

Terug Terug naar het overzicht

Copyright © 2014 Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie en Laboratoriumgeneeskunde | Disclaimer | Colofon