Diff

Terug Terug naar het overzicht

Ook wel bekend als:
differentiële witte bloedcel telling, cytochemisch onderzoek
Officiële naam:
Diff
Verwante testen:
WBC, compleet bloedonderzoek

In vogelvlucht

Waarom deze test?

Om aard, hoeveelheid en werking van de vijf verschillende soorten witte bloedcellen te bepalen en daarmee het functioneren van het afweersysteem te onderzoeken.

Welk materiaal?

Bloed

Monster

Wat wordt getest?

De diff test bepaalt de aard, hoeveelheid en werking van de witte bloedcellen in het bloed. De test onderscheidt de vijf verschillende soorten witte bloedcellen (neutrofielen, lymfocyten, monocyten, eosinofielen en basofielen).

Bij de diff wordt gemeten of deze cellen in de juiste hoeveelheden aanwezig zijn en of ze normale eigenschappen hebben. Deze informatie helpt bij het vaststellen van specifieke afwijkingen van het afweersysteem.

Witte bloedcellen worden in het beenmerg aangemaakt en gebruikt in het afweersysteem om het lichaam te beschermen tegen infecties veroorzaakt door ziekteverwekkers als bacteriën, virussen of parasieten.

Hoe wordt het materiaal verkregen?

Een buisje bloed wordt afgenomen uit een ader aan de binnenkant van de arm, meestal in de plooi van de elleboog. Om deze ader goed te kunnen zien en voelen wordt een stuwbandje strak om de bovenarm getrokken. In de ader wordt geprikt met een holle naald waardoor het bloed in het buisje wordt gezogen. De naald wordt maar één keer gebruikt en daarna vernietigd.

De test

Wanneer wordt deze test gedaan?

De diff biedt inzicht in de aanmaak en werking van de verschillende soorten witte bloedcellen. De test maakt meestal deel uit van een compleet bloedonderzoek, dat de dokter kan aanvragen bij zeer uiteenlopende aandoeningen.

Op basis van een diff kan worden achterhaald of het afweersysteem voldoende in staat is infecties te bestrijden en om de ernst van allergische reacties en bacteriële infecties te onderzoeken.

Diff wordt ook gebruikt om beenmergaandoeningen en/of bloedkanker (leukemie) vast te stellen en het beloop te volgen.

Wat betekent de uitslag?

De referentiewaarden kunnen verschillen per laboratorium. Globaal kunnen de volgende waarden aangehouden worden:

  • Basofiele granulocyten: <0,1 x 109/liter
  • Eosinofiele granulocyten: <0,36 x 109/liter
  • Lymfocyten: 1,0-4,0 x 109/liter
  • Monocyten: <0,8 x 109/liter
  • Neutrofiele granulocyten: 1,5-9,0 x 109/liter
Interpretatie uitslagen witte bloedcellen
Type witte bloedcelverhoogdverlaagd
Neutrofielen
  • bacteriële infectie
  • ontstekingen
  • beenmergziekten (zeer verhoogd) bijv. chronische myeloide leukemie (CML)
  • ernstige infecties
  • gebruik van bepaalde medicijnen
Eosinofielen
  • allergie
  • ontsteking van de huid
  • parasitaire infecties
  • sommige beenmergziekten
  • infecties
Basofielen
  • bloedkanker (leukemie)
  • chronische ontstekingen
  • voedselallergie
  • bijwerking stralingstherapie
Lymfocyten
  • virale infecties
  • bloedkanker (leukemie)
  • ziekten die het afweersysteem aantasten (HIV)
Monocyten
  • ontstekingen
  • infecties
  • beenmergaandoeningen
  • sommige soorten bloedkanker

Nog vragen?

De informatie over deze test komt van deskundigen uit het ziekenhuislaboratorium. Daar worden dagelijks vele honderden testen uitgevoerd. Laboratoriumspecialisten zorgen er voor dat dit op een veilige en juiste manier gebeurt. Zij adviseren de dokter bij afwijkende uitslagen en ingewikkelde problemen.

Heeft u naar aanleiding van deze informatie nog een vraag? Stel deze aan een klinisch chemicus.

2014 Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie en Laboratoriumgeneeskunde, laatst bijgewerkt 04-07-2011

Terug Terug naar het overzicht

Copyright © 2014 Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie en Laboratoriumgeneeskunde | Disclaimer | Colofon